Over Beb Vuyk

bebvuyk3-704542Beb Vuyk, vooral bekend van haar Groot Indonesisch kookboek, was veel meer dan een fantastische kok. Ze behoort tot de belangrijkste Indische schrijfsters en journalisten. Haar werk is met meerdere prijzen bekroond. Ze schreef over haar verblijf in de tropen en de tijd tijdens de bezetting van Nederlands-Indië en de Indonesische revolutie.

Elizabeth (Beb) Vuyk, geboren in Rotterdam (1905) en gestorven in Blaricum (1991), is van Indo afkomst. Haar vader, Wilton Rudolf Vuijk (1865-1947), is geboren in Indië en gaat als kind naar Nederland. Hij trouwt daar met de Nederlandse Elisabeth Anna Maria Rotscheid (1871-1934) en krijgt met haar drie kinderen. Beb is de oudste. Ze wordt gepest met haar huidskleur.

Vuile neger, zwarte moriaan,’ riepen de straatjongens in Rotterdam mij na, ‘blauwe, liplap, Chinees!’ Dan vocht ik, ik ging altijd naar school met een liniaal los in de hand.

(bron: Beb Vuyk, Verzameld Werk (Mijn Grootmoeders), Querido Amsterdam. 2013)

Lerares voedingsleer en journalist

Beb haalt in 1927 haar diploma lerares koken en voedingsleer in Amsterdam. Ze volgt ook lessen Engels en literatuurkennis en schrijft een paar verhalen voor het Christelijke familieblad Eigen Haard en De Vrije Bladen.

In al deze eerste verhalen zit een thema dat ook in haar later werk zal doorwerken: de zucht naar een vrijer leven, een verlangen naar een ‘uitzonderlijk bestaan’ en tegelijk de angst voor vervreemding en eenzaamheid, de angst om apart te staan, …’

(bron: Rob Nieuwenhuys, Oost-Indische spiegel. Wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven vanaf de eerste jaren der Compagnie tot op heden. Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam 1978, pag. 477-489, dbnl.org)

Naar Indië

In 1930 vertrekt Beb naar Indië omdat ‘een schrijver moet reizen’. Ze wil het land van haar oma, die uit Madoera komt, ontdekken. Op de lange bootreis naar de tropen, ontmoet ze haar toekomstige man Fernand, maar iedereen noemt hem Boet.

Haar doel in Indië is Soekaboemi. Daar gaat ze lesgeven op een Christelijk internaat voor verwaarloosde Euraziatische kinderen.

Ik vond dat een schrijver de wereld moest bereizen, zoals Slauerhoff, dat vond ik iets geweldigs. Maar ik ben ook naar Indië gegaan omdat ik me identificeerde met die ene Madoerese grootmoeder. Ik was vijfentwintig toen ik wegging uit Nederland. Aan boord leerde ik Boet kennen, maar ik werkte eerst nog twee jaar als onderwijzeres in Soekaboemi voor ik ging trouwen en terechtkwam op die theeplantage op Midden-Java, die zo’n grote rol heeft gespeeld in mijn eerste roman Duizend eilanden.

(bron: ‘Beb Vuyk’. Kleinkind van een Madoerese’. In: Voor het vandaag werd. Ontmoetingen met schrijvers in de jaren zestig door Aya Zikken. Amsterdam/Antwerpen: Atlas, 2000. Pag. 54-67.)

Fernand de Willigen

In 1932 trouwt Beb met Boet, voluit Fernand de Willigen. Hij is een theeplanter, zoon van een half-Nederlandse vader en een Ambonese moeder. Maar kort leven de twee op de theeplantage op Java. Door bezuinigingen wordt Boet in 1933 ontslagen. Ze vertrekken naar de Molukken om een oude kajapoetplantage weer aan de gang te krijgen op het eiland Boeroe. Het leven daar is een stuk avontuurlijker dan op Java. Ze beschrijft haar ervaringen in Indië en heeft literair succes. Op de Molukken worden in 1933 en 1934 hun zoons Hans en Ru geboren.

WOII

De Tweede Wereldoorlog breekt uit en het gaat met hun onderneming minder goed. Beb keert met haar twee kinderen terug naar Java. Ze gaat daar als journalist aan de slag. Zij is één van de auteurs die in het tijdschrift Kritiek en Opbouw, Algemeen onafhankelijk en vooruitstreven Indisch tijdschrift (1938-1940) een tegengeluid laat horen tegen NSB-aanhang in Nederlands-Indië.

De bezetting van Indië door de Japanners in 1942 gooit alles overhoop. Voor zovelen was dit een ongelooflijk zware tijd. Beb Vuyk niet uitgezonderd. Beb, Hans en Ru worden opgepakt en geïnterneerd. Boet was al afgevoerd om als dwangarbeider aan de Birma spoorlijn in Thailand te werken. Zoon Hans werd naar een jongenskamp in Bandoeng verplaatst. Beb verblijft in verschillende interneringskampen, ook is ze een paar weken gevangen gehouden door de Kenpeitai, de Japanse militaire politie. Over de verhoren door de Kenpeitai vertelt zij niet veel. De verhalen over haar internering zijn in 1989 uitgegeven in de Kampdagboeken.

Vlak na de oorlog komt het gezin weer samen. Boet, Beb en hun twee kinderen overleven de bezetting, maar inmiddels is de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië losgebarsten. Chaos is er door het vertrek van de Japanners en er is geen Nederlands gezag. Deze periode wordt de bersiap-tijd genoemd. Republikeinse jongeren willen onmiddellijke onafhankelijkheid van Nederland. Bersiap en “siap” waren de strijdkreten: “Wees paraat!” en “Geeft acht!”. De (Indonesische) Nederlanders lopen gevaar.

Indonesisch staatsburger

Beb Vuyk keert met haar gezin voor een korte tijd terug naar Nederland, maar na de Bersiap-tijd kiezen Beb en Boet voor het Indonesisch staatsburgerschap en gaan ze terug naar Indonesië. In 1946 keert Beb terug in de journalistiek en laat duidelijk weten dat zij vóór de Republiek Indonesië is en dat wordt in Nederland niet begrepen.

Voor Indonesische bladen verslaat ze de ontwikkelingen van de republiek. Als ze in 1946 teruggaat naar Nederland met haar zieke zoontje Ru, denken de Nederlandse inlichtingendiensten dat haar terugkomst samenhangt met ‘republikeinse activiteiten’.

In 1950 kiezen Beb en Boet voor het Indonesisch staatsburgerschap en worden lid van Sjahrirs Socialistische Partij. In 1952 bezoekt ze de Molukken in het officiële gevolg van president Soekarno. Maar zijn beleid wordt steeds vijandiger tegen Nederland en Beb raakt in conflict met de regering. Soekarno dreigt hun paspoorten in te nemen en het gezin vlucht per boot naar Europa. Daar krijgen ze met grote moeite in 1960 een verblijfsvergunning want ze zijn te loyaal geweest aan de Republiek Indonesië. Er worden zelfs pogingen gedaan het literaire werk van Beb Vuyk te boycotten.

Groot Indonesisch Kookboek

Beb krijgt op latere leeftijd een oogziekte, kan niet meer schrijven, maar dicteerde wel alle 578 recepten uit het Groot Indonesisch Kookboek. Het eerste exemplaar rijkt ze in 1973 zelf uit aan de waarnemend ambassadeur Sujatmo Martosuhardjo.

Bep Vuyk geeft exemplaar van haar Groot Indonesisch Kookboek aan waarnemend amba…Bep Vuyk overhandigt een exemplaar van haar Groot Indonesisch Kookboek aan waarnemend ambassadeur van Indonesie, Sujatmo Martosuhardjo. Het wordt een bestseller, een culinaire klassieker. 

Overige bronnen
http://resources.huygens.knaw.nl
http://www.dbnl.org
http://kunst-en-cultuur.infonu.nl
http://www.kunstbus.nl
http://www.historien.nl
http://nl.wikipedia.org/wiki/Bersiap
http://nl.wikipedia.org/wiki/Beb_Vuyk
http://www.dbnl.org/auteurs

 

4 Responses

  1. Leo Teunissen schreef:

    Ik heb het groot indonesisch kookboek van Bep Vuyk.
    Bij de recepten mis ik voor hoeveel personen het recept is.

    • Pauline Chavannes de Senerpont Domis schreef:

      Ja klopt. Dat staat er eigenlijk nooit bij. Ik denk dat de meeste gerechten bedoeld zijn als in combinatie met andere gerechten. Ik meet aan de hoeveelheid vlees/vis af voor hoeveel personen een gerecht is. Ik reken 200 gram vis en 150 gram vlees per persoon per portie.

  2. Ties Koning schreef:

    Heb ook Bep Vuyk’s boek. Vind van veel recepten dat het ver-nederlandst lijkt. Misschien komt dat dat ik ook veel Indonesische kookboeken uit het nu uit Jakarta heb. Heb ook het Groot Nieuw Volledig Indisch Kookboek van Mevr. Cathenius van der Meijden. Ook weer anders, maar ook leuk. Mijn eerste boekje was van Lia Warani Rijsttafelen. Ook een goed boek

  3. Goh, wat een interessant verhaal. Wist niet dat er nog zoveel meer achter mevr. Vuyk steekt. Vernederlandst meent mevrouw Koning. Tja, ik denk dat dat de indische keuken van de indonesiche onderscheidt.Dat dat de gemengdbloedige Indische Nederlander van de Nederlander en de Indonesier onderscheidt. Heen flees, heen fès! En toch allebei.
    Zelf vind ik dat de indische keuken (die vaak als indonesisch wordt verkocht) niet onderdoet aan de indonesische. Ik hou van allebei. Is het niet heerlijk anders te zijn dan de meeste anderen, iets bijzonders te zijn?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *